Geschiedenis van het NCD

Hoe kwam het tot het Nationaal Congres Duits?

Het idee voor een landelijk congres voor leraren Duits ontstond in de jaren tachtig in het sectiebestuur Duits van Levende Talen. Gerard Westhoff botste echter op weinig enthousiasme: te veel extra werk en te risicovol. Maar in 1986 liep hij Michael Clemens tegen het lijf. Clemens was de ‘Leiter’ van de Sprachabteilung en ook adjunct-directeur van het Goethe-instituut. Samen begonnen zij in 1987 een congrescommissie samen te stellen. Deze commissie bestond uit deze ‘founding fathers’:

J. I. de Boo, nieuwe lerarenopleidingen (penningmeester).
M. Clemens, Goethe instituut.
H. H. Diephuis. Havo/ VWO
A.K Key, Stichting ter bevordering van de Duitse taal in Nederland
H.G. Letting, mavo
C. F. Verheugd, havo/ havo/VWO (secretaris)
Van der Weele, HBO/MBO/L/ LBO
G. J. Westhoff, universitaire lerarenopleidingen ( voorzitter)

Deze groep werd aangevuld met zogenaamde stroomcoördinatoren. Die waren verantwoordelijk voor het selecteren, uitnodigen en contact onderhouden met de presentatoren van de workshops op de conferentie. Dat waren P. Desmarets, N.Bikker, W. Hento, E. Kwakernaak, A. Gersjes, P. Bimmel, T. Koenraad, W. Galjee.

Het congresbureau, dat instond voor het administratieve werk, werd geleid door Cees Verheugd (opleider aan het PDI voor de universitaire lerarenopleiding in Utrecht) en Timon Meynen, een gewetensbezwaarde die militaire dienst had geweigerd, was zijn assistent.

Er werden zo veel mensen bij de organisatie betrokken, omdat de stichters redeneerden: als elk van die mensen maar 2 ‘fans’ meebrengt naar het congres, hebben we al bijna 50 deelnemers.

Er werd veel nagedacht. Wat wilden ze bereiken? Wat was het doel van het congres? De stichters hadden nog andere doelstellingen dan inhoudelijke nascholing. Ze wilden ook iets doen aan de stemming onder leraren Duits in het hele land. Er heerste in die tijd, de jaren tachtig, een zekere malaisestemming onder de leraren Duits in het hele land. Leerlingenaantallen liepen terug en de leraren Duits hadden de neiging  zich als een wat verongelijkte en onbegrepen groep in een hoekje terug te trekken. Met de werkgroep ‘Deutsch macht Spass’ als stralende maar eenzame uitzondering, was er weinig van creativiteit en aanstekelijk enthousiasme voor en rond het vak te bespeuren. Met het congres proberen een nieuw elan teweeg te brengen was ook een belangrijk doel. Het moest niet alleen een nascholingsfunctie hebben, maar ook vitaliserend en enthousiasmerend  zijn. Het congres zou pas geslaagd zijn, als de deelnemers het congres met  meer energie, motivatie en ook en vooral zelfbewustzijn en trots zouden verlaten dan ze gekomen waren. Daarom werd er ook voor de naam ‘Nationaal Congres Duits’ gekozen en niet gewoon voor ‘landelijke studiedag’. De stichters kozen voor een duidelijk  internationale uitstraling met optredens en sprekers van internationaal niveau. De staatssecretaris zou het congres openen en zo kreeg het congres ook een ruime subsidie.

Het Goethe Instituut kwam met de bekende Zwitserse schrijver Peter Bichsel en regelde ook diens reis- en verblijfkosten alsmede het honorarium. Bij de DDR durfden  de organisatoren van het congres toen te gaan vragen om de wereldberoemde schrijfster Christa Wolf, bekend van het boek Der geteilte Himmel. Maar kennelijk vonden ze haar in de DDR niet hoog genoeg in de hiërarchie. Ze stuurden de linientreue voorzitter van de Oost-Duitse schrijversvakbond,  de Oost-Duitse literatuurpaus Herr Dr. Hermann Kant, geheel gratis.

De organisatoren  bleken zich voor niets zorgen te hebben gemaakt over het aantal aanmeldingen voor het congres. Toen ze het congres uitschreven, kregen ze meer dan 700 aanmeldingen!

Het doel leraren te inspireren werkte ook door in de locatiekeuze. Na diverse beschikbare locaties bekeken te hebben, bleven de Leeuwenhorst in Noordwijkerhout en de Blije Werelt in Lunteren over. De Leeuwenhorst was natuurlijk veel groter en de accommodatie was er waarschijnlijk ook iets luxueuzer. Maar de stichters waren bang dat de deelnemende leraren, vooral als het aantal deelnemers wat zou tegenvallen, in dat grote congrescentrum zouden verzuipen. En dat ze zich daar weer als een klein groepje in de grote boze wereld zouden voelen. In de Blije Werelt, zo was het gevoel, zou iedereen al snel de indruk krijgen dat het bomvol was , dat ze met velen waren en dat ze zelf de stemming bepaalden. Dus werd de Blije Werelt als congreslocatie gekozen.

Om dit soort redenen kozen de organisatoren ook voor een tweedaags programma met een avondprogramma: om een sfeer te creëren en via nieuwe contacten met collega’s ideeën en inspiratie op te doen in persoonlijke ontmoetingen en gesprekken. Dat dit ook nog een paar huwelijken heeft opgeleverd was een fraaie bijvangst.

Om dat gevoel van trots en zelfbewustzijn te versterken, werd er ook veel aandacht aan de publiciteit besteed. Daartoe kregen Gerard Westhoff en zijn commissie professionele hulp van het bureau voorlichting van de Universiteit Utrecht. Van hen  leerden ze bij wie je wanneer moest zijn om de grootste kans te maken om in de landelijke dagbladen en op de nationale radio terecht te komen.

Het allereerste Nationaal Congres Duits vond plaats op 27 en 28 januari 1989. Het liep allemaal gesmeerd. Niet in de laatste plaats omdat het een algeheel congresmanager had in de persoon van Henk Diephuis die ervoor zorgde dat alle zaken op administratief, logistiek en administratief gebied soepel werden opgelost en dat die oplossingen snel en duidelijk aan de daarbij betrokken personen werd meegedeeld. En daar was Henk heel goed in. In  Lunteren zouden zijn  op sonore toon voorgedragen ‘huishoudelijke mededelingen’, met alle wijzigingen in en aanvullingen op het programma, inclusief zijn vaderlijk verzoek om stilte voor en na de maaltijd,  een vast onderdeel blijven vormen van veel van de volgende congressen. Een apart woord verdient ook de penningmeester Jaap de Boo. Hij wist de financiën zo te beheren dat er na het congres nog geld over was. Dat gebeurde eigenlijk op alle volgende congressen zolang hij penningmeester was opnieuw. Het was onze spaarpot, zei Jaap, voor het geval we ergens een keer te weinig sponsorgeld zouden binnenkrijgen. Niemand wist daar verder van. In het bestuur werd af en toe gesproken over de legendarische “schat van Jaap”. Al met al kon het congres als geslaagd worden beschouwd. Getuige de uitkomsten van de evaluatie waren de deelnemers zeer tevreden. Al merkte een van de deelnemers op zijn evaluatieformulier relativerend op dat het feit dat het zo’n mooi congres was geweest nog geen reden was om meteen een straat naar de organisator te vernoemen*).

*) wie dit niet begrijpt zou het adres van De Werelt (voorheen Blije Werelt) kunnen opzoeken.

Zo ergens rond 2005 werd stapsgewijze het stokje overgedragen aan een nieuwe ploeg mensen. Twee congressen werden vervolgens onder leiding van het DIA (Duitsland-Instituut Amsterdam) gehouden. Daarna werd een extern organisatiebureau ingeschakeld, eerst dat van Suzanne van Duivenvoorde en vanaf 2023 dat van Monique De Brabander. Dirk Klein (destijds docent aan de NHL) leidde jarenlang de congrescommissie, die deel uitmaakte van de Stichting NCD. Voorzitter van deze Stichting was Erwin de Vries (docent Duits en boekhandelaar in Groningen).

Na het vertrek van Dirk Klein werd Gorik Hageman (docent Duits en decaan Reynaertcollege Hulst & Zeeuws onderwijsambassadeur) in 2023 de nieuwe voorzitter van de congrescommissie. Er wordt nauw samengewerkt met organisaties die er toe doen in het Duitse wereldje van Nederland: denk aan Deutsch macht Spaß, sectie Duits Levende Talen, Goethe-Institut, DIA, Universiteit Utrecht, de ambassades van Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland, etc. De huidige voorzitter van de Stichting Nationaal Congres Duits is Carel van der Burg (principal adviseur bij CPS Onderwijsontwikkeling en Advies). In maart 2024 vond het NCD voor de eerste keer plaats in De Leeuwenhorst in Noordwijkerhout en niet meer in De Werelt. Het straatnaamgrapje gaat helaas niet meer op.

Al heel wat jaren vindt het ‘grote’ tweedaagse NCD om de twee jaar plaats. In de jaren daartussen is er een eendaags mini-NCD, meestal in het Goethe-Institut Amsterdam. Omdat daar maximaal ruimte is voor ongeveer 100 mensen, vond het eendaagse congres in 2025 plaats in de universiteit Utrecht en werd het mini-NCD omgedoopt in NCD-Plus.

De bedoeling is dit ritme van een- en tweedaagse congressen ook in de komende jaren vast te houden. De kans dat dat lukt is groot dankzij de grote inzet van iedereen die bij het NCD meedraait, als regel uit enthousiasme, zonder enige vergoeding. Dat heeft zeker ook te maken met de vriendschappelijke sfeer binnen de hele NCD-organisatie!

Klik hier voor meer informatie over het ontstaan van het NCD